Toegankelijk recht voor iedereen

Toegankelijk recht voor iedereen

Arbitrage in het kort

Arbitrage is een wettelijke vorm van geschilbeslechting, die in Nederland sinds 1838 wettelijk is verankerd. Op dit moment is arbitrage geregeld in het vierde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikel 1020 e.v.).

In de Nederlandse wet is vastgelegd dat privaatrechtelijke geschillen worden beslecht door de overheidsrechter. Hierop is echter een uitzondering, te weten arbitrage. Als een geschil op geldige wijze aan arbitrage is onderworpen, verklaart de overheidsrechter zich onbevoegd (met uitzondering van voorlopige voorzieningen en conservatoir beslag).

Arbitrage is particuliere rechtspraak door particuliere rechters. Deze vorm van geschilbeslechting kan worden toegepast op nationale en internationale geschillen. Arbiters van een scheidsgerecht zijn alleen bevoegd te oordelen over geschillen als partijen dit hebben afgesproken. Partijen kunnen dit vooraf voor toekomstige geschillen regelen door een arbitragebeding op te nemen in de overeenkomst, in de algemene voorwaarden of in aanvullende afspraken. Ook als er al een geschil is, kan worden afgesproken het geschil aanhangig te maken bij de Stichting Arbitrage Rechtspraak Nederland. In juridische termen wordt dit een compromis genoemd.

Als in een procedure een overeenkomst tot arbitrage door een van de partijen wordt betwist, moet de overeenkomst door een schriftelijk stuk worden bewezen. Een verwijzing naar een arbitragebeding in een overeenkomst of algemene voorwaarden volstaat. Het arbitragereglement van het scheidsgerecht, waarnaar in een arbitragebeding wordt verwezen, wordt geacht onderdeel uit te maken van de overeenkomst tussen partijen.

Een overzicht van de overeenkomsten en verschillen tussen overheidsrechtspraak en arbitrage bij St.AR vindt u hier.

De herziene Arbitragewet

Op 1 januari 2015 is de herziene arbitragewet in werking getreden. Een van de doelen van de nieuwe wet is modernisering van de regels voor arbitrage. Lees verder

Uit het wetboek
Over lijdzame rechter: wat je niet vordert krijg je niet toegewezen [uit Artikel 24, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering] - De rechter onderzoekt en beslist de zaak op de grondslag van hetgeen partijen aan hun vordering, verzoek of verweer ten gronde hebben gelegd, tenzij uit de wet anders voortvloeit.

FAQ

Kijk hier voor een overzicht met de meest gestelde vragen

Wat betekent dit?

Zoek het op in de verklarende woordenlijst